Het ontstaan van civitas hoofdsteden

See this text in


De politieke structuur voor de komst van de Romeinen

Bijzondere plaatsen

kaart1ROBAmersfoort_aIn Nederland zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk en België, geen echte centrale plaatsen tot ontwikkeling gekomen. We weten dat er wel centrale cultusplaatsen waren, waar mensen van uit een wijde omtrek naar toe kwamen om te offeren aan de god(en). Een voorbeeld hiervan is de tempel in Empel, die bij het thema 'Cultus' nader aan bod komt. Hier werden al in de Late IJzertijd wapens en andere bijzondere voorwerpen geofferd. In de Romeinse tijd werd er op de plaats van het oude heiligdom een echte Gallo-Romeinse tempel gebouwd. Hieruit blijkt dat de locatie kennelijk belangrijk bleef voor de bevolking.

Leiders en volgelingen

In het zuiden van Nederland werden de politieke, sociale en economische verhoudingen in de Late IJzertijd bepaald door zogenaamde Gefolgschaftrelaties. Dit komt er op neer dat een hoger geplaatst persoon (de 'tribal lord') gunsten of giften geeft aan zijn lager geplaatsten en volgelingen. Zij verlenen hem op hun beurt steun, dragen bijvoorbeeld een deel van hun landopbrengsten aan hem af en volgen hem als het nodig is in het gevecht.

Offers in de rivier

Van veel van de Zuidnederlandse bevolkingsgroepen is vrijwel niets bekend. Alleen van de Bataven kunnen we wat meer vertellen over de politieke en sociale structuur van het volk. Dat komt omdat zij worden genoemd door Romeinse schrijvers, zoals Julius Ceasar en Tacitus. Daarnaast is het oostelijk rivierengebied, hun woongebied, één van de best onderzochte regio's van Romeins Nederland. Het oostelijk rivierengebied, was waarschijnlijk bijzonder in een aantal opzichten. Op de plaats waar de Waal en de Maas bijna bij elkaar komen, bij de plaatsen Kessel en Lith, lag vermoedelijk een wat grotere centrale plaats, die al in de Late IJzertijd in gebruik was. Scherven en andere oppervlaktevondsten liggen over een heel groot oppervlak verspreid en getuigen van een grote nederzetting. Er was een heiligdom, waar veel wapens, militaria en zelfs een groot aantal menselijke botten zijn gevonden. Deze zaken, en vele andere, werden in het water van de rivier gegooid als offer aan de goden.
 
013kaartjeKesselLithACVUAmsterdam_a 014botmatKesselVUACVUAmsterdam_a

Muntslag in het rivierengebied

Waarschijnlijk was deze plaats al voor de Eburonen. Zij woonden in het oostelijk rivierengebied, voordat de Bataven er kwamen. De Eburonen hadden, naast dit grote heiligdom bij Kessel en Lith, ook een eigen muntslag. Dat is bijzonder, omdat munten in die tijd over het algemeen nog niet gebruikt werden voor de handel, maar alleen voor het onderhouden van sociale contacten.

Bataafse adel

012summusmagistratusRMOleiden_aMet een centrale plaats en een eigen muntslag lijken de Bataven (en vóór hen de Eburonen) bijzonder voor het Nederlandse gebied. Toch weten we niet echt zeker of de Bataven een uitzondering vormden. Over de andere bevolkingsgroepen is simpelweg te weinig bekend. Juist omdat er zo veel onderzoek is gedaan naar de Bataven, is er ook iets te vertellen over de sociale en politieke organisatie van deze bevolkingsgroep. Uit historische bronnen is een Bataafse adel bekend, die in de eerste eeuw deels Romeinse namen aan nam. De naam van de aanvoerder van de Bataafse opstand, Julius Civilis, is hier een voorbeeld van. De adel was echter niet de enige groep die wat te zeggen had onder de Bataven. Een altaarsteen uit de eerste helft van de eerste eeuw is neergezet door Flavus, zoon van Vihirmas, die de 'summus magistratus' van de civitas Batavorum was. Dit betekent zo veel als de 'hoogste magistraat' van het Romeinse bestuursdistrict van de Bataven. Zijn naam geeft aan dat hij geen Romeins burgerrecht bezat. Dit is bijzonder, omdat binnen de Romeinse maatschappij iemand met zo'n hoge functie binnen het bestuur doorgaans een Romeins burger was.

De vorming van een volk

Wie waren de Bataven nu eigenlijk? Romeinse schrijvers vertellen dat de Bataven een afsplitsing zouden zijn van de stam van de Chatti, uit het gebied ten oosten van de Rijn (het huidige Duitse Rijnland). Zij vestigden zich in het Nederlandse rivierengebied, dat volgens de Romeinse schrijver Tacitus praktisch onbevolkt was op dat moment. Maar uit opgravingen blijkt eigenlijk dat het gebied nooit leeg is geweest. Toen de Bataven binnen trokken, troffen ze er mensen aan, die in verspreid liggende boerderijen woonden. Zij vormden het restant van de Eburonen, die niet volledig door Caesar waren uitgeroeid. De invloed van de nieuwkomers op verschillende aspecten van het dagelijks leven, zoals bijvoorbeeld de huizenbouw, lijkt beperkt te zijn geweest. Daarom is het onwaarschijnlijk dat het een hele grote groep nieuwkomers is geweest. Het lijkt er meer op dat er alleen een elitegroep van de Chatti compleet met aanhang is verhuisd. Deze nieuwkomers mengden zich onder de oude bevolking en samen heetten ze de 'Bataven'. De maatschappij veranderde echter wel degelijk in de laatste decennia voor het begin van de jaartelling en kort daarna. De huizen en nederzettingen kregen een vaste plaats in het landschap en werden niet meer elke generatie verplaatst. De huizen werden daarnaast ook steviger gebouwd, waardoor ze langer mee gingen. Of deze veranderingen door de nieuwkomers in gang zijn gezet is nog maar de vraag, want het lijkt er op dat dit proces al eerder begon. De veranderingen in het woongebied van de Bataven zijn ook in andere gebieden in Nederland te zien. Over deze ontwikkelingen is meer te lezen bij "De opkomst van een Romeins villa landschap".

Cananefaten

Een andere bevolkingsgroep, waarover we iets uit de historische bronnen weten, zijn de Cananefaten. Tacitus beschrijft dat de Cananefaten verwant waren met de Bataven in "oorsprong, taal en moed". Dit suggereert dat de Cananefaten, net als de Bataven, afkomstig zijn van de stam van de Chatti. De archeologische vondsten wijken echter af van de vondsten uit het Bataafse rivierengebied en duiden er op dat er langs de Nederlandse kust een ander volk woonde. Het handgemaakte aardewerk lijkt het meeste op het aardewerk van de Friezen (die in Noord-Holland en Friesland woonden) of op het aardewerk dat verder naar het zuiden werd gemaakt. Er woonden dus mensen die zich lieten beïnvloeden door zowel hun noordelijke als hun zuidelijke buren. Misschien zijn de bewoners van de Zuidhollandse kust zelfs wel immigranten uit deze gebieden. Misschien dat er daarnaast inderdaad een kleine groep van de Chatten is geëmigreerd naar de Hollandse kusstreek. De gehele bevolking samen werd in ieder geval door de Romeinen "Cananefaten" genoemd.

Romeinse geografie

Het vermoeden bestaat dat het vroeg-Romeinse centrum van de Cananefaten, Lugdunum, in de buurt van Leiden of Katwijk moet hebben gelegen. Het is echter nog niet gevonden. De naam en plaats van Lugdunum kennen we onder andere uit een geografische beschrijving van de antieke schrijver Ptolemaeus (ca. 100-178 na Chr.). In het werk noemt hij de namen en geografische coördinaten van achtduizend plaatsen, waaronder de plaatsen Batavodurum (bij Nijmegen) en Lugdunum, die als de belangrijkste burgerlijke nederzettingen in het Nederlandse gebied worden genoemd. Er zijn sterke aanwijzingen dat Ptolemaeus zijn informatie aan de werken van Plinius heeft ontleend, die de situatie net na het midden van de eerste eeuw na Chr. beschreef. Ptolemaeus beschreef daarmee waarschijnlijk onbewust ook een situatie uit de tweede helft van de eerste eeuw; een situatie die in zijn tijd al weer gewijzigd was. Lugdunum moest na de Bataafse opstand in 69-70 na Chr. zijn positie opgeven ten gunste van een andere stad. Vanaf dat moment werd het huidige Voorburg steeds belangrijker totdat het ergens tussen 82 en 90 na Chr. ook de officiële civitas-hoofdstad werd voor de Cananefaten.


Inheemse voorgangers

kaart4ROBAmersfoort_aHet is moeilijk om centrale plaatsen in de Late IJzertijd aan te wijzen. De nederzettingen waren vrijwel allemaal vergelijkbaar en bestonden uit niet meer dan drie of vier gelijktijdige boerderijen. Met de verdeling van de provincie in civitates (bestuursdistricten, gebaseerd op stamgebieden), ergens tussen 82 en 90 na Chr., werden er echter civitas-hoofdsteden aangewezen door de Romeinse overheerser. Deze hoofdsteden moesten het politieke, economische en religieuze centrum van de civitas worden. We weten van het bestaan van twee van deze civitas hoofdsteden in Nederland. In Voorburg lag de hoofdstad van de Cananefaten (Forum Hadriani) en in Nijmegen die van de Bataven (Ulpia Noviomagus). Het waren beide nieuwe steden, op een locatie die voor de inheemse bewoners vanouds geen centrale functie had.

Voorburg: een oudere Cananefaatse nederzetting

Onder de latere civitas hoofdstad in Voorburg zijn sporen gevonden die van vóór de echte stad dateren. Er zijn maar weinig sporen gevonden van deze oudere inheemse nederzetting. Het was waarschijnlijk niet groter of specialer dan de gemiddelde plattelandsnederzetting en kan dus eigenlijk niet als voorganger van de latere stad worden beschouwd. Er is niet veel bekend van hoe de nederzetting er uit zag en wat voor gebouwen er stonden. Wel zijn de resten van palissades gevonden en veel losse kuilen. Palissades kwamen vrij algemeen voor als omheinig van een inheemse nederzetting. De belangrijkste aanwijzingen voor de aanwezigheid van een inheemse nederzetting zijn de vondsten, die in de eerste helft van de eerste eeuw zijn te dateren. Het grootste aandeel van de vondsten vormen de scherven van inheems handgemaakt aardewerk. Er zijn echter ook scherven gevonden van luxe Romeinse aardewerk en er zijn relatief veel stukken van wijnamforen gevonden. Vaak worden dergelijke vondsten gezien als aanwijzingen voor de aanwezigheid van een lokale elite. Of dat in Voorburg ook het geval is geweest weten we niet.

Nijmegen: Bataven en Romeinen naast elkaar

De Romeinen besloten vanaf 70 na Chr. voor de civitas-hoofdstad van de Bataven aansluiting te zoeken bij een al bestaande inheemse nederzetting: Batavodurum. Batavodurum lag in het laaggelegen westen van de stad, aan de oever van de Waal. Er zijn tot nu toe alleen schaarse resten gevonden van deze nederzetting. Waarschijnlijk was er sprake van een heiligdom, dat al uit de Late-IJzertijd stamde en waaromheen een nederzetting lag. Ten oosten van deze inheemse nederzetting lag al in de Vroeg-Romeinse tijd een echte stad (Oppidum Batavorum). Er waren toen dus twee nederzettingen tegelijkertijd in Nijmegen: een inheemse nederzetting met de naam Batavodurum in Nijmegen-west en een door de Romeinen gebouwde stad met de naam Oppidum Batavorum bij het hoog gelegen Valkhof. Na de Bataafse opstand, waarbij de stad Oppidum Batavorum werd verwoest,  werd de nederzetting in Nijmegen-west omgevormd tot nieuwe stad. Deze stad veranderde vervolgens in de nieuwe civitas-hoofdstad. Rond 100 na Chr. werd deze van oorsprong inheemse nederzetting de officiële hoofdstad van de civitas Batavorum.
Nijmegen rondom 0   Nijmegen rondom 100 AD  


Stichting van de civitas hoofdsteden

Voorburg

Het huidige Voorburg was in de Romeinse tijd het bestuurscentrum van het Cananefaatse gebied en stond bekend onder de naam Forum Hadriani. De stad begon waarschijnlijk in het midden van de eerste eeuw na Chr. als een klein centrum aan het kanaal van Corbulo. Na de vorming van de civitates (bestuursgebieden) in de provincie Germania Inferior, tussen 82 en 90 na Chr., werd de stad in Voorburg aangewezen als civitas hoofdstad. Ergens tussen 120 en 151 kreeg de stad stadsrechten toegekend en mocht het zich een 'municipium' noemen. De nieuwe naam werd vanaf dat moment Municipium Aelium Cananefat(i)um (afgekort MAC). De naam Forum Hadriani heeft veel langer stand gehouden dan Municipium Aelium Cananefatium. De naam Forum Hadriani is op een wegenkaart uit de laat-Romeinse tijd genoteerd en uiteindelijk via een middeleeuwse kopie van deze wegenkaart aan ons overgeleverd.

Fasering van Forum Hadriani - Voorburg
tot en met ca 47 na Chr
Inheemse nederzetting
ca 47 na Chr.
Kanaal van Corbulo wordt gegraven. Bouw van een (klein?) centrum langs het kanaal op de plaats van de latere stad
ca 90 na Chr.
Voorburg wordt officieel civitas hoofdstad van de Cananefaten
vanaf ca 121/122 na Chr.
Definitieve stadsaanleg met rechthoekig stratenpatroon en woonblokken. Mogelijk op initiatief van keizer Hadrianus
tussen 121 en 151 na Chr.
Stadsrecht verlening: nieuwe naam Municpium Aelium Cananefatium. Ook wel Forum Hadriani genoemd. 
138-161 na Chr.
Grootschalige bouwcampagnes in de stad.
ca 275 na Chr.
Einde van de stad

Nijmegen

De eerste grondvesten van een hoofdstad voor de Bataven werden opgetrokken door de Romeinen, op de plaats van het huidige centrum van Nijmegen (op het hooggelegen Valkhof en omgeving). Dit gebeurde waarschijnlijk rond het begin van de jaartelling (voor 10 na Chr). De nieuwe stad lag tenmidden van de legerkampen, die op dat moment erg belangrijk waren voor de veldtochten naar het noorden van Nederland en Duitsland. De stad werd 'Oppidum Batavorum' genoemd. In 69/70 na Chr. werd Oppidum Batavorum in brand gestoken tijdens de Bataafse opstand. 018keteloppbatavValkhofMuseumhetValkhofNijmegen De stad werd echter weer opgebouwd, ditmaal in het laaggelegen westelijke deel van Nijmegen, waar de inheemse nederzetting Batavodurum al lag. Bij de administratieve indeling van de provincie, aan het einde van de eerste eeuw, werd de Romeinse stad in Nijmegen aangewezen als hoofdstad van de Bataven. Waarschijnlijk rond het jaar 100, maar misschien al wel eerder, kreeg de stad marktrecht verleend. De stad werd vervolgens omgedoopt tot Ulpia Noviomagus Batavorum ('de Ulpische Nieuwmarkt in het land der Bataven'). Van inscripties is ook nog een andere naam bekend: Municipium Batavorum. Deze naam geeft aan dat de stad officieel stadsrechten heeft gekregen. Wanneer dit precies gebeurde is niet bekend. De naam (Ulpia) Noviomagus wordt echter verreweg het meeste gebruikt om de stad in Nijmegen aan te duiden.

kaart Nijmegen vrom
kaart Nijmegen mrom

Fasering en locaties in Nijmegen
Periode
Nijmegen-west (Ulpia Noviomagus)
Nijmegen-Valkhof (Oppidum Batavorum)
ca 10 voor Chr. - 69/70 na Chr.
Inheemse nederzetting: Batavodurum. Met cultusplaats langs de rivier.
Oppidum Batavorum
69-70 na Chr.
Bataafse opstand. Gevolgen voor Batavodurum onbekend
Bataafse opstand: Oppidum Batavorum wordt verwoest
ca 70 - ca 100 na Chr.
Nieuwe stad in Nijmegen-West: (Ulpia) Noviomagus. Komt in plaats van Oppidum Batavorum
Zeer kleinschalige wederopbouw
vanaf ca 100 na Chr.
Marktrecht (en stadsrecht?) verlening: Definitieve stadsaanleg met rechthoekig stratenpatroon en openbare gebouwen. Ook wel Municipium Batavorum genoemd
-
ca 170 na Chr.
Grote stadsbrand. Gedeeltelijke wederopbouw -


Bouw van de stad

Plattegrond van de stad

Zorgvuldige planning

019kaartforumhadrianiROBAmersfoortM_aRomeinse steden waren over het algemeen keurig gepland. Zeker als de stad wat groter en belangrijker was. De Romeinse stad in Voorburg, bekend geworden onder de naam Forum Hadriani, stelde in de eerste eeuw waarschijnlijk nog niet heel veel voor. De gebouwen lagen aan beide zijden van de hoofdweg en wellicht waren er een paar zijwegen met gebouwen. Toen de stad als hoofdstad van de Cananefaten werd gekozen, moest daar echter verandering in komen. De Romeinen besloten de stad volledig opnieuw te plannen. Vanaf het begin van de tweede eeuw ontstond er een geplande stad. De omtrekken van de stad werden van tevoren bepaald en vastgelegd door middel van een greppel.

Eilanden in de stad

De indeling binnen de stadsgrenzen was overzichtelijk. De stad had een rechthoekig stratenpatroon. De huizenblokken die zo ontstonden worden door archeologen insulae (letterlijk 'eilanden') genoemd. De twee belangrijkste straten waren de twee hoofdstraten, die elkaar ongeveer in het midden van de stad kruisten. Eén van de twee hoofdstraten van Forum Hadriani (die van oost naar west) is bekend. Op deze straat zijn resten gevonden van een houten wegdek. Oorspronkelijk was de weg ongeveer 13 meter breed, met daarnaast aan beide zijden een stoep. Het gevonden houten wegdek was niet zo breed als de weg zelf (slechts ongeveer 6 meter), omdat aan beide zijden van het wegdek waarschijnlijk een onverhard stuk lag voor ruiters en vee. Onder het houten wegdek zijn resten gevonden van een hoofdriool.

Nieuwe steden in Nijmegen

De Romeinse steden in Nijmegen, eerst Oppidum Batavorum en later Ulpia Noviomagus, waren net als Forum Hadriani keurig gepland. Oppdidum Batavorum was een nieuwe stad, die al aan het begin van de eerste eeuw werd gebouwd. De vondsten die daar tot nu toe gedaan zijn, wijzen op een dichte bebouwing langs de hoofdweg van oost naar west. Toen de hoofdstad werd verplaatst werd echter gekozen voor de plek van een inheemse nederzetting. Hoewel deze nederzetting in de tweede helft van de eerste eeuw al uitgroeide tot een stad zijn er, net als in Forum Hadriani sporen te zien van een grondige verbouwing van de stad. Er werd een geordend rechthoekig stratenpatroon aangelegd. Dit is het beste te zien op de plaats van het grote tempelcomplex op het Maasplein. Toen het tempelcomplex werd gebouwd, werden de bestaande huizen, hier vooral pottenbakkerswerkplaatsen, gesloopt. Daarbij werden meteen nieuwe straten aangelegd, die deels over de oude bebouwing heen lagen.

Stadsmuur

Zowel Forum Hadriani als Ulpia noviomagus werden niet gelijk ommuurd. Een greppel en hooguit een wal waren de enige verdediging om de stad. De eerste helft van de tweede eeuw was dan ook erg rustig en er was geen sprake van bedreigingen van de stad. Rond het midden van de tweede eeuw verrees er in Forum Hadriani een palissade met een brede gracht er voor. Pas in de tweede helft van de tweede eeuw kregen zowel Forum Hadriani als Ulpia Noviomagus een stadsmuur. Door de ommuring van Ulpia Noviomagus kwam een gedeelte van de bebouwing buiten de stadsgrenzen te liggen.

In Forum Hadriani zijn daarnaast twee poorten in de stadsmuur terug gevonden. Een grote poort voor de hoofdstraat en een kleine elders. Vóór de grote stadspoort lag een slinger in de weg, zodat eventuele aanvallers met hun onbeschermde rechterzijde (een schild werd links gedragen) een stukje parallel aan de muur moesten lopen. Twee zware funderingen onder de grote stadspoort wijzen waarschijnlijk op een voorganger van de poort; wellicht een ereboog die in de palissade heeft gestaan.

Bouwfases

Het gebruik van steenbouw kwam pas in de tweede eeuw echt op gang. Natuursteen moest van ver worden aangevoerd, omdat er in Nederland geen geschikte bouwstenen te vinden waren. Het eerste gebruik van natuursteen en dakpannen (in Nederland) is in het vroege Oppidum Batavorum teruggevonden: in het najaar van 2005 werden de stenen fundamenten van een groot gebouw blootgelegd, dat rond 40 na Chr. gebouwd moet zijn. Rond 100 werd in Nijmegen een aantal grote openbare gebouwen neergezet van (deels) natuursteen met daken van dakpannen. Deze gebouwen werden waarschijnlijk met behulp van het leger gebouwd. De verstening van de stad is ook in de overige bebouwing van Ulpia Noviomagus zichtbaar. Waar oorspronkelijk houten en lemen huizen stonden, werden nieuwe, anders ingedeelde en zwaarder gefundeerde huizen opgetrokken. Deze nieuwbouw was meestal nog wel van hout. Als eerste werd vervolgens vaak de kelder in steen uitgevoerd. Later werd er bijvoorbeeld een vertrek in steen aangebouwd, wat als grote voordeel had, dat het brandgevaar beperkt werd.


nijmegen oudste huis
nijmegen stenen kelder


Bebouwing

Openbare gebouwen

In de twee Nederlandse civitas hoofdsteden zijn diverse openbare gebouwen gevonden. In Forum Hadriani zijn tot nu toe alleen de resten van een badhuis opgegraven. In Nijmegen kennen we meer openbare gebouwen, hoewel een deel daarvan niet in de stad zelf stond. Deze uitzonderlijke situatie kwam voort uit het feit dat er vlak bij de stad een grote legioensvesting (een 'castra') lag, geschikt voor zo'n 6000 soldaten. In de burgerlijke nederzetting (de 'canabae') die tegen de legerplaats aan lag, lagen daarom een aantal openbare gebouwen, die ook door de soldaten werden gebruikt. Er zijn een amfitheater, een forum en een herberg gevonden. In de stad Ulpia Novioamgus zelf zijn tot nu toe de resten van een badhuis en een groot tempelcomplex opgegraven.

Badhuis

025BadhuisForumHadrianiZowel in Ulpia Noviomagus als in Forum Hadriani stond een openbaar badhuis voor de inwoners van de stad. Omdat het badhuis in Forum Hadriani het best bekend is, zal dat hier als voorbeeld dienen. Het badhuis werd al aan het begin van de 19e eeuw opgegraven door de eerste hoogleraar archeologie ter wereld: Reuvens. Hij legde zijn vondsten keurig vast en deed zelfs hoogtemetingen van de sporen, wat voor die tijd erg bijzonder was. Omdat hij maar zo weinig vergelijkingsmateriaal had, kon hij de sporen nog niet goed interpreteren. Door zijn nauwkeurige administratie en zijn mooie tekeningen kunnen de sporen nu alsnog geïnterpreteerd worden. Het badhuis werd vermoedelijk tussen 120 en 150 na Chr. gebouwd. De resten van het badhuis bestaan voornamelijk uit funderingen van natuursteen, fragmenten van wandschilderingen en andere vondsten. Van het opgaande muurwerk was niet veel meer over. Het blijkt om een badhuis van het zogenaamde rijentype te gaan, zoals ook bij het badhuis in Heerlen het geval is. Vanuit de kleedruimte kwam men eerst in het frigidarium, het koude plonsbad. Daarachter lag het tepidarium, waar een aangename temperatuur heerste. Als laatste van de rij volgde het caldarium, het warmwaterbad. Het water in deze ruimte moest goed verwarmd worden. Direct achter het caldarium lag dan ook een stookruimte. De badruimtes lagen aan één zijde van een binnenplaats. Aan de andere zijde stond waarschijnlijk een watertoren. De muren van deze ruimte zijn zwaarder gefundeerd en kregen in een latere verbouwing zelfs steunberen om het grote gewicht van water op te kunnen vangen. Verder bevond zich in het complex een groot openbaar toilet, dat waarschijnlijk ook gebruikt werd door mensen die van buiten het badhuis kwamen.


Forum
23 nijm forumTot nu toe is alleen in Nijmegen een forum (markthal) terug gevonden. Deze lag in het kampdorp, de canabae, naast het legioenskamp. Waarschijnlijk hebben ook de inwoners van Noviomagus hier hun waren gekocht en verhandeld. Het forum in het kampdorp van Nijmegen bestond uit een ruim 2 ha. groot gebouw met een open binnenplaats. Rondom de binnenplaats stond een overdekte zuilengalerij, waarachter winkels en magazijnen lagen. Aan de achterzijde van het gebouw was een grote hal (de basilica), waar de groothandelaren hun waar verkochten. De oostelijke vleugel had een op houten palen rustende vloer, zodat er een kruipruimte ontstond. Dit diende waarschijnlijk om vochtproblemen tegen te gaan. Ook de binnenplaats was voorzien van een 1 ha. grote houten vloer. Meer dan 50.000 houten paaltjes vormden de fundering van deze vloer. Op de binnenplaats zelf zijn resten van grote rechthoekige fundamenten terug gevonden, gebouwd van dakpanfragmenten. Waarschijnlijk stonden hier in het midden twee grote beelden tegenover elkaar. De grote markthal is opgericht ten tijde van de verstening van de legioensvesting, in ongeveer 100 na Chr. Het is nog maar de vraag hoe lang het gebouw heeft gestaan. Kort na het begin van de bouw van het forum vertrok het tiende legioen namelijk uit Nijmegen. Er zijn geen aanwijzingen dat het gebouw in de tweede eeuw in gebruik is geweest. Tegenover de markthal lag een industriële wijk, waarvan een aantal gebouwen, diverse grotere en kleinere werkplaatsen en een graanopslagplaats zijn opgegraven.

Amfitheater
026nijmamfitheaterrecBobBrobbelHilversum_aHet enige bekende Romeinse amfitheater van Nederland lag in de canabae van het Nijmeegse legioenskamp. Het heeft waarschijnlijk veel geleken op die in de stad Xanten (Colonia Ulpia Traiana). Het amfitheater bestond uit een ovale arena, die door middel van een tufstenen muur van de tribunes afgescheiden lag. De tribunes zelf lagen op het zand dat vrij was gekomen bij het graven van de arena. De ovale arena mat ca 58 x 46 m en had in het midden een vierkante toneelkelder van waaruit bijvoorbeeld wilde dieren de arena in werden gejaagd. Op de tribunes was waarschijnlijk plaats voor ca. 5000 of 6000 toeschouwers. Dit zijn meer mensen dan er (naar schatting) in de stad Noviomagus woonden. Het theater was dan ook in eerste instantie gebouwd voor de legioenssoldaten, waarvan er ook duizenden moeten zijn geweest. Na het vertrek van het legioen, rond 104 na chr., bleef het amfitheater staan. De vondsten bij het amfitheater duiden er op dat het waarschijnlijk nog tot in de derde eeuw in gebruik is gebleven. Dit geeft aan dat het theater waarschijnlijk (ook) voor de inwoners van de stad bedoeld was.

Tempel
028nijmtempelsIn Nijmegen, op het huidige Maasplein, zijn resten aangetroffen van een zeer groot tempelcomplex. Het complex bestond uit twee tegen elkaar gelegen tempels voor de verering van Fortuna en Mercurius. Beide goden stonden voor welzijn, voorspoed en welvaart. Fortuna was echter vooral voor het vrouwelijke deel van de samenleving bedoeld en Mercurius voor het mannelijke deel. De tempels waren gebouwd volgens het zogenaamde Gallo-Romeinse principe. Ze bestonden beide uit een vierkant ommuurd terrein. In het midden stond een vierkant gebouwtje op een plateau, met een trap aan de oostzijde. Dit vierkante gebouwtje was het eigenlijke heiligdom, de zogenaamde cella. Binnen en buiten de muren van de tempel hebben nog een aantal kleinere heiligdommen gestaan, vermoedelijk voor andere goden. Aan de noord- en zuidzijde van het tempelcomplex lagen galerijen met een aantal vertrekken. Eén van deze vertrekken aan de zuidzijde was waarschijnlijk voor rituele zaken in gebruik. In de andere vertrekken konden gelovigen wellicht offergaven of andere snuisterijen kopen. Tempels met een dergelijke opbouw zijn ook op andere plaatsen in Nederland opgegraven. Kijk hiervoor bij het onderwerp 'Ontwikkeling religie' op deze website. 

Mansio
029mansioArcheonVan de Nijmeegse herberg (mansio of praetorium in het latijn) in het kampdorp zijn relatief veel gebouwsporen terug gevonden. In het archeologische park Archeon in Alphen aan de Rijn kon het gebouw daarom goed nagebouwd worden. Het bestond uit een binnenplaats, met aan de twee korte zijden lange gebouwen met kleine vertrekken. Aan de lange zijden van de binnenplaats lagen waarschijnlijk overdekte galerijen. De gebouwen aan de korte zijden hadden waarschijnlijk meerdere verdiepingen.

Huizen

In de gehele Romeinse tijd werd er in Nederland vooral met hout gebouwd. De wanden werden met leem besmeerd, zoals de vakwerkhuizen die nu nog her en der in Nederland en de buurlanden staan. De gebouwen in de steden waren vaak langwerpig, met de korte zijde naar de straat gericht. Hetzelfde type huizen worden ook in de kleinere plattelandssteden gevonden. Sporen uit Forum Hadriani laten een rij langwerpige houten huizen met binnenindeling zien. Op de erven bij de huizen lagen waterputten. Voor de huizenrij werd een zuilenrij gebouwd, zodat de stoep voor de huizen onder een gezamenlijke overkapping lag.

In Noviomagus is ook een ander huis gebouwd: groter dan de langwerpige stadshuizen. Het huis heeft meer weg van de hoofdgebouwen van de grote herenboerderijen (villae) op het platteland. In Forum Hadriani hebben hoogstwaarschijnlijk ook grotere huizen gestaan. Hoe deze er uit hebben gezien is helaas niet bekend, omdat de gevonden sporen hiervoor niet genoeg informatie kunnen geven.

insula huizen
VoorburgHoutenHuis
nijmegen huis maasplein



Wettelijke status van de steden

Verschillende soorten steden

In de Romeinse provincies bestonden verschillende soorten steden. Het verschil tussen de steden werd bepaald door hun juridische status. Zo waren er de door de Romeinen gestichte coloniae. Deze nieuwe steden waren bedoeld om een Romeins thuis te bieden in vreemd gebied. De inwoners van een colonia bezaten het Romeinse burgerrecht, wat vele voordelen opleverde. In het huidige Nederland heeft nooit een Romeinse colonia gelegen. De dichtstbijzijnde colonia lag over de grens bij Nijmegen, bij het Duitse Xanten: Colonia Ulpia Traiana. Stukken van deze colonia zijn weer opgebouwd en te bezichtigen in het Archeologische Park Xanten. De zogenaamde municipia hadden een iets lagere status. Deze steden hadden stadsrecht gekregen van de keizer en mochten zich daarom municipium noemen. Ook de inwoners van de municipia konden Romeins burger worden, al kreeg niet iedereen standaard dit burgerschap. Uiteindelijk kregen zowel de hoofdstad van de Cananefaten (in Voorburg) als die van de Bataven (bij Nijmegen) stadsrechten verleend. Ze mochten zich vanaf dat moment een municipium noemen. Soms werden door de keizer alleen marktrechten verleend aan een stad. Door de toekenning van het marktrecht kon de stad een sterkere centrale positie veroveren. Ten slotte waren er ook steden zonder bijzondere status. Zij hadden geen officiëel stads- of marktrecht toegekend gekregen, maar konden toch uitgroeien tot centra voor hun omgeving. Een stad zonder bijzondere rechten of status wordt door de Nederlandse archeologen meestal een vicus genoemd. De benaming vicus was ook in de Romeinse tijd heel algemeen en vertelde niets over de grootte van de plaats. Men kon er zowel een dorpje als een (niet officiële) stad mee bedoelen. Daarom hebben we het liever over een ‘plattelandscentrum’ als het gaat om een stad zonder rechtsstatus.

Voorburg

Stadsrechten voor Voorburg

De hoofdstad van de Cananefaten kreeg ergens tussen 120 en 151 stadsrechten toegekend van keizer Hadrianus of zijn opvolger Antoninus Pius. De stad mocht zich vanaf dat moment een 'municipium' noemen. De nieuwe naam werd Municipium Aelium Cananefat(i)um (afgekort MAC). Het is niet duidelijk of de naam Forum Hadriani (verwijzend naar de Romeinse keizer Hadrianius) ouder is dan MAC. Het is mogelijk dat het marktrecht (en daarmee de naam Forum Hadriani) door keizer Hadrianus zelf is toegekend aan de stad, toen de keizer langs de Nedergermaanse grens op werkbezoek was. Dit was waarschijnlijk in 121/122 na chr. Het is echter evengoed mogelijk dat de namen tegelijkertijd zijn gebruikt. Wel heeft de naam Forum Hadriani langer stand gehouden. De naam is op een wegenkaart uit de laat-Romeinse tijd genoteerd en uiteindelijk via een middeleeuwse kopie van deze wegenkaart aan ons overgeleverd. Tot nu toe zijn echter nog nooit inscripties uit de Romeinse tijd zelf terug gevonden die verwijzen naar de naam Forum Hadriani.

Mijlpalen naar de stad van de Cananefaten

030mijlpaalMACLiviusOrg_aDe afkorting MAC wordt genoemd op mijlpalen, die in de buurt van de stad zijn gevonden en exact de afstand aangeven tot de stadsresten die in Voorburg zijn gevonden. De vertaling van de tekst op één van de mijlpalen is als volgt: 

"(Voor de opperbevelhebber en keizer), de zoon van de vergoddelijkte Hadrianus, de kleinzoon van de vergoddelijkte Trajanus met de eretitel Parthicus, de achterkleinzoon van de vergoddelijkte Nerva, (namelijk) Titus Aelius Antoninus Augustus, opperpriester, volkstribuun voor het 14e jaar, opperbevelhebber, consul voor de 4e keer (is deze paal opgericht)".

De laatste regel op de paal vermeld de afstand naar de dichtstbijzijnde stad: "A MAC MP IIII." Dit is vertaald met: "vanaf M(unicipium) A(elium) C(ananefatium) vier mijlen". Men denkt dus dat de afkorting MAC staat voor Municipium Aelium Cananefatium. De naam Aelium kan verwijzen naar zowel keizer Hadrianus als naar zijn opvolger Antoninus Pius.

Nijmegen

Een nieuwe markt in Nijmegen

031aureusTraianusRMOLeiden_aDe naam van de stad in Nijmegen veranderde eveneens in de loop van de tijd. De hoofdstad van de Bataven werd uiteindelijk het best bekend onder de naam Ulpia Noviomagus, soms met de toevoeging 'Batavorum'. Deze naam is al op verschillende inscripties terug gevonden. Door de toevoeging Ulpia gaat men er over het algemeen van uit dat de stad marktrechten heeft gekregen van keizer Marcus Ulpius Traianus, ergens rond 104. Misschien veranderde de naam echter al vlak na 70. Op dat moment werd de stad verplaatst naar het westen van het huidige Nijmegen, omdat de oude stad verwoest achterbleef na de Bataafse opstand. De benaming Noviomagus ('nieuwe markt') lijkt in dat geval heel toepasselijk. De toevoeging 'Ulpia' zou dan pas ten tijde van de regering van Traianus zijn toegevoegd.

Nijmegen als municipium

We weten dat de hoofdstad van de Bataven ook stadsrechten heeft gekregen. De naam Municipium Batavorum is namelijk bekend van inscripties. We weten echter niet wanneer de stad deze hogere status kreeg. Het algemene idee is dat het stadsrecht ergens in de loop van de tweede eeuw werd verleend. Het is echter ook mogelijk dat het al eerder gebeurde, onder keizer Traianus. Rond 104 (tijdens de regering van Traianus) vertrokken namelijk 6000 soldaten uit Nijmegen. Ze waren in het eindelijk rustige Germania Inferior niet meer nodig en werden daarom ingezet in het pas veroverde Dacia (Roemenië). In Nijmegen bleef alleen een kleine legereenheid achter. Dit moet een klap zijn geweest voor de locale economie. Men neemt over het algemeen aan dat Traianus daarom marktrechten verleende aan de burgerlijke nederzetting, zodat de economie weer op kon bloeien. Het is evengoed mogelijk dat Traianus niet alleen marktrechten verleende, maar meteen ook stadsrechten. Als Nijmegen inderdaad al rond 104 stadsrechten kreeg, dan was het het eerste municipium in Nederland. Of de stad zich nu municipium mocht noemen of niet, de naam (Ulpia) Noviomagus werd duidelijk het meest gebruikt.

Namen van de Romeinse steden in Nijmegen
0 - 69/70 na Chr.
Batavodurum
Inheemse nederzetting in Nijmegen-West (wordt later Ulpia Noviomagus)
ca 10 voor Chr. - 69/70 na Chr. Oppidum Batavorum
Eerste Romeinse stad in Nijmegen, gelegen op het hooggelegen Valkhof in het centrum van Nijmegen (ten oosten van Batavodurum)
vanaf ca. 69/70 na Chr.
Ulpia Noviomagus
Civitas hoofdstad in Nijmegen-West (op de plaats van het oude Batavodurum)
ca 100 na Chr.?
Municipium Batavorum Officiële naam van Ulpia Noviomagus, na de toekenning van het stadsrecht

De inwoners

Stadsvolk

De steden waren de woon- en werkplaats van ambachtslieden, politici en ambtenaren. Van het merendeel van de stadsbewoners zullen we nooit een naam kennen. Alleen het deel van de bevolking dat kon lezen en schrijven, en dan nog vooral de bovenlaag van de bevolking, heeft zijn naam voor ons achtergelaten. Van andere inwoners van de steden hebben we vooral de resten van hun woning of werkplaats.32hazewindhondRMOLeiden_a

Potscherven, kleding accessoires en kunstvoorwerpen laten een glimp zien van het dagelijks leven van de inwoners van de stad. Slachtafval, misbaksels van pottenbakkers of kuilen met glas of metaal bedoeld voor hergebruik vertellen over de verschillende vakmensen. Waarschijnlijk woonden in de steden ook veel veteranen, die daar na hun diensttijd een plekje vonden. Er zijn in Nederland echter nog geen inscripties gevonden van veteranen die in de stad een thuis hadden gevonden.

Schoenlappers en oogartsen

33schoenmakersRingMuseumHetValkhofNijmegen_aDe hoofdstad van de Bataven wordt nog wel eens genoemd op grafstenen, altaren, of andere inscripties, waardoor er van een aantal bewoners namen en beroepen bekend zijn. In de steden waren diverse beroepsverenigingen en andere genootschappen. Op een in Nijmegen gevonden stenen plaat is bijvoorbeeld een inscriptie te lezen die verwijst naar de beroepsvereniging van timmerlieden.Een ander voorbeeld is een zilveren ring waarop met puntjes een tekst is ingedrukt. De tekst kan vertaald worden met "Aan de godin Salus heeft Rusticus voor de schoenlappers uit Noviomagus ('Sutoribus Noviomagensibus') uit de cultusvereniging van Esseravus (deze ring) geschonken en gewijd".

34OogartsRMOLeiden_aIn Nijmegen is een stempel van een oogarts gevonden, die ongetwijfeld zijn praktijk in Nijmegen had. Op het stempel staat de naam van de oogarts: Marcus Ulpius Hercules. Op de zijden staan de geneesmiddelen, die hij met dit stempeltje kon merken: 'melinum', 'tipinum', 'diarices' en 'diamysus'.

Politici

Namen en daden van politici zijn diverse malen vereeuwigd in inscripties. Iemand kon alleen de politiek in als hij voldoende geld had, omdat er van uit werd gegaan dat hij alles grotendeels zelf bekostigde en zo nu en dan ook eens een goede daad deed. Zo kennen we een raadslid (decurio) uit Xanten, die de bouw van het badhuis in Heerlen bekostigde. Ook uit Voorburg en Nijmegen zijn raadsleden bekend. Valerius Silvester, een decurio uit Municipium Batavorum (Nijmegen), wijdde bijvoorbeeld in de omgeving van Nijmegen een altaartje aan de Germaanse godin Hurstrga.


Indicatie van cultus

Gelovigen in Nijmegen

35tempelsMaaspleinBerryvanHarenEr zijn redelijk wat aanwijzingen voor het uitoefenen van verschillende geloven in de Nederlandse civitas hoofdsteden. De twee tempels op het huidige Maasplein in Nijmegen zijn duidelijke voorbeelden. Hier werden in de twee grootste tempels de godin Fortuna en de god Mercurius aanbeden. Dit waren goden uit het Romeinse pantheon. Rondom deze twee hoofdtempels stonden talloze kleinere tempeltjes, waarin waarschijnlijk andere (deels inheemse) goden werden vereerd, al is niet precies bekend welke. Daarnaast is een groot stuk van een zogenaamde Godenpijler terug gevonden. Deze gebeeldhouwde zuil werd rond 17 na Chr. opgericht als overwinningsteken. De keizer en zijn veldheer werden samen met Romeinse goden op de pijler afgebeeld.

Een huisaltaar uit Voorburg

Tijdens opgravingen in Forum Hadriani in 2005 zijn een aantal aanwijzingen voor het geloofsleven van de bewoners van de stad gevonden. In huis werd vaak een klein heiligdom ingericht, waar een huisaltaar en godenbeeldjes konden staan. Tijdens de opgravingen zijn fragmenten van minstens acht pijpaarden beeldjes gevonden. Eén van de beeldjes stelde een zittende moedergodin voor met een hond op haar schoot. Daarnaast is een klein huisaltaar gevonden. Het is volgens de inscriptie aan Jupiter gewijd.

Persoonlijke geloofsuitingen

036altaarhurstrgaEr zijn ook andere aanwijzingen voor geloofsbeleving in de steden. Wijaltaren geven vaak de naam van de persoon die het altaartje heeft opgericht en voor welke godheid hij dat heeft gedaan. Zo blijkt dat een van de raadsleden (decuriones) uit Municipium Batavorum nog steeds banden had met zijn Germaanse achtergrond. Hij wijdde namelijk een altaar aan de Germaanse godin Hurstrga. Dit ondanks zijn hoge maatschappelijke positie, welke aangeeft dat hij waarschijnlijk in grote mate geromaniseerd was.


Samenvatting

Hoofdsteden voor de bevolking

Met de verdeling van de provincie in zogenaamde civitates (administratieve bestuurseenheden) werden er ook civitas-hoofdsteden aangewezen door de Romeinse overheerser. Deze hoofdsteden moesten het politieke, economische en religieuze centrum worden van de civitas. We weten van het bestaan van twee van deze civitas hoofdsteden. In Voorburg lag de hoofdstad van de Cananefaten (Forum Hadriani) en in Nijmegen die van de Bataven (Ulpia Noviomagus). Beide steden werden door de Romeinen aangewezen en gebouwd. Ze lagen waarschijnlijk niet op de plaats van een oud stamcentrum. Het is ook maar de vraag of er wel echte centra waren voordat deze werden aangewezen door de Romeinse overheersers.

Romeinse stedenbouw in Voorburg

De beide civitas hoofdsteden kregen alle kenmerken mee van een Romeinse stad. De straten lagen in een rechthoekig stratenpatroon en in de stad lagen meerdere grote openbare gebouwen. De Romeinse stad in Voorburg, Forum Hadriani, was keurig geordend in huizenblokken. Van een aantal van deze blokken zijn stukken opgegraven. Hieruit blijkt dat de mensen in een soort rijtjeshuizen woonden, met lange erven achter de huizen. De huizen waren smal en lang en gebouwd van hout en leem. Op de achtererven van de huizen zijn waterputten en afvalkuilen aangetroffen. In Forum Hadriani zijn ook resten aangetroffen van een badhuis. Andere grote stukken muur laten zien dat er nog andere grote gebouwen moeten hebben gestaan, maar het is nog niet bekend wat dat voor gebouwen waren.

Verschillende steden in Nijmegen

De stad in Nijmegen kent een lange geschiedenis. Al aan het begin van de Romeinse tijd werd er door de Romeinen een hoofdstad ingericht. Ze noemden deze stad Oppidum Batavorum. Het lag op een wat hoger gelegen deel van het landschap. De huizen waren typische stadshuizen en een enkeling had al een stenen fundament of kelder, iets dat elders in Nederland zo vroeg in de Romeinse tijd niet voor kwam. Deze stad was vooral een Romeins initiatief. Tijdens de opstand van Bataven, in 69-70 na Chr, staken de opstandelingen de hele stad in brand. De stad viel niet meer op te bouwen en de Romeinen besloten de nieuwe hoofdstad in het land van de Bataven op de plek van een al bestaande inheemse nederzetting te herbouwen. Deze inheemse nederzetting, Batavodurum genaamd, bestond waarschijnlijk al ten tijde van Oppidum Batavorum. Vóór de Bataafse opstand lagen er dus een volledig Romeinse stad en een inheems dorp anderhalve kilometer uit elkaar. De nieuwe stad kreeg marktrechten verleend door keizer Marcus Ulpius Traianus. Zijn naam komt daarom terug in de nieuwe stadsnaam: Ulpia Noviomagus Batavorum ('Ulpische nieuwe markt van de Bataven'). Omdat de stad ook stadsrechten kreeg mocht het zich Municipium Batavorum noemen. De naam Ulpia Noviomagus is echter het meest bekend. Ondertussen zijn er resten van een badhuis en een groot tempelcomplex gevonden in Noviomagus. Een aantal grote gebouwen stond echter niet in de stad zelf, maar in het grote kampdorp bij de legervesting. Ondanks het feit dat het merendeel van de soldaten aan het begin van de tweede eeuw vertrok, bleef in ieder geval het amfitheater in het kampdorp nog in gebruik.

Verdediging van de stad

Zowel Noviomagus als Forum Hadriani werden in de tweede helft van de tweede eeuw ommuurd. Beide steden kregen het blijkbaar rond het midden van de derde eeuw te moeilijk. Veel inwoners zullen de steden hebben verlaten.

Margje Vermeulen-Bekkering

Literatuur (selectie)

Algemeen:
Bechert, T., 1983, De Romeinen tussen Rijn en Maas. Dieren

Dockum, S. van, 1993, Romeins Nederland : archeologie & geschiedenis van een grensgebied. Utrecht

Es, W.A. van, 1981, (3e herziene druk), De Romeinen in Nederland. Haarlem

MUST & B. Colenbrander (red), 2005, Limes Atlas. Rotterdam.

Tacitus - Germania. In de vertaling van dr. J.W.Meijer, 1992. Baarn

Tacitus - Historiën; Vierde boek. In de vertaling van dr. J.W.Meijer, 1991/1995. Baarn

Stammen:
Bloemers, J.H.F., 1978, Rijswijk (Z.H.), "De Bult". Eine Siedlung der Cananefaten. Amersfoort.

Bridger, C., 2000, Zur römischen Besiedlung im Umland der Colonia Ulpia Traiana/Tricensimae. In: Germania inferior. (Ergänzungsbände zum Reallexikon der Germanischen Altertumskunde Band 28). Berlin/New-York. 185-211

Enckevort, H. van, 1991, Kelten, Germanen en Romeinen. In: J.H.F. Bloemers & T. van Dorp, Pre- & protohistorie van de lage landen. Houten. 265-276

Heinrichs, J., 2000, Römische Perfidie und germanischer Edelmut? Zur Umsiedlung protocugernischer Gruppen in den Raum Xanten 8 v.Chr. In: Germania inferior. (Ergänzungsbände zum Reallexikon der Germanischen Altertumskunde Band 28). 54-92 Berlin/New-York.

Roymans, N., 1990, Tribal societies in Northern Gaul. An anthropological perpective. (Cingula 12) Amsterdam

Roymans, H.G.A.M, 2004, Ethnic identity and imperial power. The Batavians in the early Roman empire. Amsterdam

Swinkels, L. (ed), 2004, De Bataven. Verhalen van een verdwenen volk. Amsterdam/Nijmegen

Willems, W.J.H., 1986, Romans and Batavians a regional study in the Dutch eastern river area (originally Published in: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 31(1981) and 34 (1984))

Wolters, R., Germanische Mobilität und römische Ansiedlungspolitik: Voraussetzungen und Strukturen germanischer Siedlungsbewegungen im römischen Grenzland. In: Germania inferior. (Ergänzungsbände zum Reallexikon der Germanischen Altertumskunde Band 28). Berlin/New-York. 146-168

Voorburg:
Bazelmans, J.G.A. en D.H. de Jager, 2006, Forum Hadriani. Van Romeinse stad tot monument. Utrecht

Buijtendorp, T., 1982, Een Romeinse stad bij Voorburg-Arentsburg. Een interpretatie. Westerheem 31, 142-163

Buijtendorp, T., 1984, Nieuw onderzoek naar Forum Hadriani. Westerheem 33, 1984, p. 116-124

Buijtendorp, T., 1987, Periodisering van Romeins Voorburg. Westerheem 37, 1988, 107-117

Nijmegen:

Enckevort, H van, et al, 2000, Nijmegen. Legerplaats en stad in het achterland van de Romeinse limes. Abcoude

Enckevort, H. Van & Thijssen, J., 2001, Der Hauptort der Bataver in Nijmegen im 1. Jahrhundert n. Chr. Von Batavodurum und Oppidum Batavorum nach Ulpia Noviomagus. In: Gundolf Pecht (Hrsg), Genese, Stucktur und Entwicklung Römischer Städte im 1. Jahrhundert n. Chr. in Nieder- und Obergermanien (Xantener Berichte. Grabung - Forschung - Präsentation Band 9) Mainz

Enckevort, H. Van & Thijssen, J., 2003 - Nijmegen und seine Umgebung im Umbruch zwischen Römerzeit und Mittelalter. In: Kontinuität und Diskontinuität. Germania inferior am Beginn und am Ende der römischen Herrschaft. (Ergänzungsbände zum Reallexikon der Germanischen Altertumskunde 35) Berlin/New York. 83-118

Enckevort, H. Van & Thijssen, J., 2003, Nijmegen - A Roman town in the Frontier Zone of Germania Inferior. In: Pete Wilson (Ed.), The archaeology of Roman towns. Studies in honour of professor John Wacher. Oxford. 59-72

Haalebos, J.K., 1990, Neues aus Noviomagus. Archäologisches Korrespondenzblatt 20. 193-200

Koster, A., K. Peterse & L. Swinkels 2002, Romeins Nijmegen boven het maaiveld. Reconstructies van verdwenen architectuur. Nijmegen.

Willems, W.J.H.et al (Ed.), 2005, Nijmegen, Geschiedenis van de oudste stad van Nederland. Dl. 1: Prehistorie en Oudheid. Wormer

Status van de steden:
Hiddink, H.A., 1991, Rural centres in the Roman settlement system of Northern Gallia Belgica and Germania Inferior. In: N. Roymans & F. Theuws (ed.), Images of the past: studies on ancient societies in northwestern Europe. (Studies in pre- en protohistorie 7). Amsterdam. 201-234

Waasdorp, J.A. 2003, IIII M. P. naar M. A. C. Romeinse mijlpalen en wegen. (Haagse oudheidkundige publicaties nr. 8) Den Haag.

Links

Archeologienet
Cultuurwijzer
Limes.nl 

Imperium Romanum (Duits)
Livius.org (Engels)