De vroeg-middeleeuwse haven van Dorestad

 

 

Topografie

Het vroeg-middeleeuwse Dorestad lag ten noorden van het laat-middeleeuwse centrum van Wijk bij Duurstede, in de provincie Utrecht (Nederland). Bij Wijk bij Duurstede splitst de noordelijkste tak van de Rijn (de Benedenrijn) zich in de Lek en de Kromme Rijn (zie fig.1).
 
 
 
 
 
 
 

Door z'n ligging aan deze `vork', was de nederzetting verbonden met het netwerk van Noordwest-Europese vaarroutes: de Benedenrijn vormde een directe verbinding met het Duitse Rijngebied, de Kromme Rijn met de (zee)routes naar Engeland, het noorden van Frankrijk en Nederland, Noord-Duitsland en Scandinavië (zie fig.2). De Lek gaf mogelijk toegang tot de benedenstromen van de Maas en de Schelde.
 
 
 
 
 
 
 

Geschiedenis van de opgraving


De meest uitgebreide opgravingen in Dorestad vonden plaats in 1967-1977, waarbij ongeveer 30 hectare werd blootgelegd. Het gebied van de vroeg-middeleeuwse nederzetting begon ongeveer 1 km ten noorden van het laat-middeleeuwse stadscentrum van Wijk bij Duurstede, om ongeveer 2 km naar het zuiden onder het kasteel aan de Lekdijk te verdwijnen. De nederzetting zal zich nog minstens 1 km verder naar het zuiden uitgespreid hebben, zodat de totale lengte 3 km bedroeg.
Dorestad moet uit drie delen bestaan hebben: het noordelijke havengebied, een centraal deel en een castellum-wijk naar het zuiden (de restanten van het vroegere Romeinse castellum Levefanum).
Het noordelijke havengebied was in drieën te verdelen: de haven zelf in de Karolingische Rijnbedding, daarachter naar het westen de handelsnederzetting - de vicus in de strikte zin van het woord - en daarachter weer een gebied met een agrarisch karakter met verspreide boerderijen (zie fig.1). De analyse van de onderzoeksgegevens heeft zich vooral op de haven geconcentreerd, het onderwerp van deze homepage.
 
 
 
 
 

De havenwerken

Tijdens de opgravingen in het havengebied, werden resten aangetroffen van een uitgebreid complex van houten constructies, die geïnterpreteerd zijn als platforms (zie fig.3).
Deze waren ongeveer 6 tot 8 m breed, stonden haaks op de oever en waren stevig in de bodem ver-ankerd met behulp van lange verticale palen. De constructie van de platforms is bepaald door het meanderende verloop van de Rijn ter plekke: ze overbruggen de toenemende afstand - veroorzaakt door de geleidelijke verplaatsing van de rivierbedding naar het oosten - tussen oever en rivier.
Het lijkt of de platforms een min of meer gesloten front vormden in de verschillende perioden en dat de schepen op de oever voor de platform getrokken werden om de lading te kunnen lossen. Dit zou in-houden, dat de platforms een link vormden tussen de relatief hoge oeverwal en het `rivierstrand', waar de schepen op getrokken werden. De goederen zouden dan op het strand gelost moeten worden, waarna de goederen op de platforms gehesen werden. Dit lijkt nogal onpraktisch: het direct lossen van de lading vanaf het schip op de platforms ligt meer voor de hand. Daartoe moesten de schepen tegen of langs de platforms aanleggen, wat ook door de opgravers zelf als mogelijkheid geopperd is.

Achter (ten westen van) de havenpercelen, liep een weg van ongeveer 3 m breed van noord naar zuid, waarachter de handelsnederzetting lag. Omdat maar weinig van de nederzetting is opgegraven, moet het hierop volgende vooral als een hypothese gezien worden.

De havenpercelen werden voortgezet in de achterliggende handelsnederzetting. Dit betekent dat ook de nederzetting in percelen verdeeld was, die van oost naar west liepen. Deze waren ongeveer 20 m breed en correspondeerden elk met een stel platforms in de rivierbedding. Op deze percelen stonden huizen, dwars op de oever. Het  waren rechthoekige, 6 m brede  gebouwen, waarvan verder weinig tot niets bekend is. Over de lengte van de percelen, was ruimte voor minstens drie - in de lengterichting achter elkaar geplaatste - huizen, met een gemiddelde lengte van ongeveer 20-25 m elk. Het is moge-lijk dat de huizen voorzien waren van een omheind erf. Als dit zo is, bestond de handelsnederzetting uit drie rijen huizen achter elkaar, parallel aan de oever.
 
 

De platforms


De overzichtsplattegrond toont een verwarrende en ogenschijnlijk onontwarbare hoeveelheid palen en paalgaten (zie fig.3).
Bij nadere bestudering, vallen echter lange en rechte rijen palen en paalgaten te onderscheiden. De palen verschillen in omvang, waarbij de zwaarste ongeveer 20 cm dik zijn. De palenrijen bevatten een groot aantal, dwars op de lengterichting gekoppelde, palen. Waar de palen niet exact recht tegenover elkaar staan, vormen ze een min of meer regelmatige zigzaglijn. Tussen de palen moeten beschoeiingen gezeten hebben, waarschijnlijk van planken, maar ook vlechtwerk beschoeiingen zijn aangetrof-fen, hoewel zeldzamer. Deze beschoeiingen dienden ter versteviging van de zijkanten van smalle stroken land, tussen 6 en 8 m breed. De stroken land zijn door dwarsverbindingen in segmenten ver-deeld, van verschillende lengte. De totale lengte van de stroken is ongeveer 200 m.
De constructie van de platforms vond in verschillende fasen plaats, waarbij de segmenten de individuele bouwperiodes vertegenwoordigen. De uitbreiding van de platforms was vooral in de lengte, maar de aanwezigheid van vele zijbeschoeiingen tonen dat de stroken land ook iets verbreed konden worden.
Geheel van binnenconstructies vrije platformsegmenten zijn zeldzaam: de binnenruimte is meestal voorzien van rijden verticale palen - met een dikte van ruwweg 15 cm - in de lengterichting van de platforms. Deze palen waren aan de bovenkant waarschijnlijk verbonden door planken of balken, die   gediend kunnen hebben als ondersteuning voor een houten wegdek. De constructie van de wegdek-ken zelf is niet goed meer na te gaan.

Het complex van platforms is het resultaat van een langdurig bouwproces. De ontwikkeling startte op de westoever in ongeveer 675/700 n.Chr. Van daaruit spreidden de bouwactiviteiten oostwaarts, ge-leidelijk het rivierbed binnendringend.
Het havencomplex bestaat uit twee delen: een westelijk (Deel 1) en een oostelijk (Deel 2), gekarakte-riseerd door een duidelijke verandering in bouwwijze. The scheiding tussen beide delen loopt grofweg van noord naar zuid over het gehele complex, ongeveer op de overgang tussen de vakken A/K-8 en A/K-9 (zie fig.3 en fig.4). Ten westen van deze scheiding, zijn de platforms vrij smal en vaak vrij vaag omlijnd, met meestal korte segmenten; duidelijke palenrijen zijn daar zeldzaam. Naar het oosten, worden de platform wat breder, met duidelijke begrenzingen, veel lange segmenten en duidelijke, regelmatige palenrijen daarbinnen.
 
 
 

Deel 1 is verdeeld in twee zones, de Sectoren 1A and 1B, waarbij de scheiding globaal ligt binnen de vakken A/K 5.
 
 

Sector 1A  wordt gekenmerkt door verschillende geïsoleerde, maar opmerkelijk re-gelmatige plattegronden (zie fig.4). Deze stevig gebouwde platforms (zie de gereconstrueerde platforms in fig.5 en fig.6) - sommige 10 of 12 m lang en 6 tot 7 m breed - vertegenwoordigen het begin van de ontwikkeling van het havencomplex. De meeste zijn later verlengd, door de toevoeging van extra segmenten.
 
 
 
 

 
 

Sector 1B  wordt gekenmerkt door een zekere `vaagheid' (zie fig.7). De nogal moeilijk te defi-niëren platformsegmenten, vertegenwoordigen waarschijnlijk relatief lichte constructies.
De Sectors 1A en 1B worden gedateerd op ongeveer 675-700/725 n.Chr.
 
 
 

In Deel 2  krijgt het havencomplex zijn definitieve vorm, met vrij regelmatig en stevig gebouwde platforms. De lengte van de segmenten en de regelmatigheid van de algemene lay-out, suggereren een snellere uitbreiding dan in Deel 1.
Ook Deel 2 vertoont een onderverdeling in opeenvolgende zones, maar van geringere nadruk, omdat het verschil tussen de individuele segmenten minder geprononceerd is als  bij deel 1. Drie zones vallen te onderscheiden: Sector 2A , Sector 2B en Sector 2C.
 
 

Sector 2A (zie fig.8) bevat ongebruikelijk lange segmenten (zie de gereconstrueer-de platforms op (fig.9 en fig.10), die doorlopen tot kort voor de vakken 17 en waarvan de oostelijke uit-einden een vrijwel rechte, noord-zuid verlopende lijn vormen. De datering van dit deel is ongeveer 700/725-750/775 n.Chr.
 
 


 
 
 
 
 
 


 
 
 
 
 
 
 

Van Sector 2B (zie fig.11) zijn de segmenten wat korter dan die van Sector 2A, maar groot is het verschil niet. Deze sector wordt gedateerd op ongeveer 750-775 n.Chr.
 
 
 
 

Sector 2C (zie fig.12) vertegenwoordigt het einde van de ontwikkeling van de ha-ven. Het vertoont een opmerkelijk verschil met de voorgaande perioden, omdat de segmenten nu uitzonderlijk kort zijn. Het (oostelijke) uiteinde maakt een incomplete en warrige indruk, wat vooral door de sterke erosie ter plekke veroorzaakt is. De onderzoekers gaan er echter van uit dat het einde van de sporen hier feitelijk (vrijwel) het oorspronkelijke einde van de platforms vertegenwoordigt.
 
 

Deze laatste periode (2C) kan verdeeld worden in:
a.  afronding van de bouw van de haven: ongeveer 775-800/825 n.Chr.;
b.  doorgaande bewoning met kleine toevoegingen en reparatie in een periode van toenemende economische stagnering: ongeveer 825-850/875 n.Chr;
c.  einde van de rol als internationale handelsplaats: ongeveer 850/875 n.Chr.
 

Deze tekst is gebaseerd op:
W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
W.A.van Es, Wijk bij Duurstede: Dorestad, een handelsplaats uit de tijd van Karel de Grote, in: W.A.van Es, H.Sarfatij & P.J.Woltering (eds), Archeologie in Nederland, Amersfoort/Amsterdam, 1988, pags. 170-173.
W.A.van ES, Dorestad centred, in: J.C.Besteman, J.M.Bos & H.A.Heidinga (eds), Medieval Archaeology in the Netherlands, Assen/Maastricht 1990.
.
 

fig.1: naar fig.2 in: W.A.van ES, `Dorestad centred', in: J.C.Besteman, J.M.Bos & H.A.Heidinga, Medieval Archaeology in the Netherlands, Assen/Maastricht 1990.
fig.2: naar fig. on page 171 in: W.A.,van ES, H.Sarfaty & P.J.Woltering, Archeologie in Nederland, Amsterdam 1988.
fig.3: fig.8 in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.4: naar fig.21 in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig. 5: fig.11c in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig. 6: fig.10c in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.7: naar fig.21 in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.8: naar fig.21 in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.9: fig.15c in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.10: fig.16c in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.11: naar fig.21 in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.
fig.12: naar fig.21 in: W.A.van Es & W.J.H.Verwers, Excavations at Dorestad 1. The Harbour: Hoogstraat I. Nederlandse Oudheden 9, Amersfoort 1980.