Archeologie in Tiel 5

See also: Archeologie in Tiel 3


Scheepsfragmenten uit de Viking-scheepsbouwtraditie

In de nieuwsbrief "Archeologie in Tiel" is uitgebreid ingegaan op de scheepshout fragmenten van de rivieraken die verwerkt waren in de beschoeiingen. Tijdens het onderzoek op de "Tol- Zuid" zijn behalve verschillende fragmenten van rivieraken, buitengewoon zeldzame stukken scheepshout die afkomstig zijn uit de Viking-scheepsbouwtraditie geborgen. Slechts eenmaal eerder, namelijk in Dorestad, is in Nederland een stuk scheepshout uit deze bouwtraditie gevonden. Dit stuk dateert vermoedelijk uit de 9de eeuw. In onze streken werd de overnaadse bouwwijze zeer waarschijnlijk vóór de 12de eeuw nog niet toegepast.

Een deel van het overnaads gebouwde schip gebruikt als ophogingsschot, 5 m lang en 60 cm hoog.
detail overnaads gebouwd schip Wat maakt deze bouwwijze zo speciaal? De stukken zijn afkomstig van een overnaads gebouwd vaartuig. Bij deze manier van bouwen worden de planken van de scheepsromp dakpansgewijs aan elkaar bevestigd door middel van ijzeren klinknagels. Dit in tegenstelling tot de bouwwijze van de rivieraak, waarbij de planken met vlakke kanten tegen elkaar vallen. De V-vormige wrangen die een onderdeel vormen van het dwarsverband van het overnaads gebouwde schip hebben aan de buitenkant trapsgewijze inkepingen, waartegen de elkaar overlappende planken van de scheepshuid bevestigd worden. Ze worden vastgezet met houten pennen die aan de buitenkant van het schip een dikke afgeronde kop hebben, die uitsteekt. De spanten hebben een betrekkelijk grote onderlinge afstand van ongeveer 90 cm. Op de delen waar twee planken op elkaar zijn bevestigd (op de lassen en op de landen) werd in het algemeen dierhaar (vaak wol) gebruikt om de naad waterdicht te maken (breeuwen). Kenmerkend is verder dat de planken niet gezaagd zijn, maar gespleten en daarna met een zogenaamde T-vormige kantrechtbijl in model en glad gehakt. Ze zijn meestal niet dikker dan 1.5 - 2.5 cm. De planken kunnen aan de buitenkant en soms ook aan de binnenkant versierd zijn.

schets van een Vikingschip Schets van de binnenkant van de huid van een vaartuig uit de Vikingscheepsbouwtraditie, waarop de gevonden delen zijn aangegeven:
  1. Wrang
  2. Het ca 5 m lange stuk bestaande uit drie gangen in de bodem van het achterschip aan stuurboord
  3. Het 4 tot 5 m lange stuk bestaande uit drie gangen in de zijde van het voorschip aan bakboord
  4. Twee korte stukken huid bestaande uit drie gangen in de zijde van het schip, direkt onder de (bovenste) dwarsbalk
Tijdens het onderzoek zijn verschillende scheepsonderdelen teruggevonden. Een groot deel van een spant (de wrang) bevond zich bij de oostelijke beschoeiing van ná 1000 n. Chr. (zie A op de tekening). Bij het aanleggen van de ophogingsschotten uit fase 4 is gebruik gemaakt van delen van scheepshuiden. Het grootste stuk bestaat uit drie huidgangen. Dit stuk is vrijwel zeker afkomstig van de bodem aan stuurboord van de achterste helft van een schip (B). Enkele korte stukken bleken bij nadere analyse oorspronkelijk één stuk huid gevormd te hebben. Dit stuk huid is afkomstig van de bakboordzijde in het voorschip (C). Afgaande op de versiering van deze planken aan de buitenkant, die bestaat uit twee naast elkaar aangebrachte groeven met een holle strook daartussen, mag worden aangenomen dat dit deel van het schip boven water uit stak. Een plank met een afwijkende dikte (3.5 - 5 cm) is vermoedelijk afkomstig uit de zijkant van een schip, direkt onder de (bovenste) dwarsbalk (D).

De planken van het 'Vikingschip'zijnovernaads geklonken: achterplaatjes van klinknagels.
planken van het Vikingschip Sommige planken hebben verkoolde randen. Ze zitten alle op plaatsen net boven de waterlijn wat er op duidt dat het schip is uitgebrand. Op de zijkanten van de verschillende stukken is goed te zien dat het nog bruikbare deel van het uitgebrande schip in hanteerbare stukken is gehakt om verder te gebruiken.

Het idee dat het vaartuig afkomstig zou kunnen zijn uit het noorden (bijvoorbeeld Denemarken) of uit Groot Brittanië waar Noormannen in deze tijd ook woonden en schepen bouwden, werd verrassend bevestigd door het jaarringonderzoek. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat het hout afkomstig is uit Zuidoost-Engeland, uit de buurt van Londen. Het jaarringonderzoek wijst uit dat het hout waarmee het schip is gebouwd, gekapt werd tussen 971 en 1008 n. Chr. De voorlopige conclusie is dat we te maken hebben met delen van één uitgebrand Noormannen schip afkomstig uit Engeland dat waarschijnlijk gebouwd werd rond 1000 n. Chr. De kwaliteit van de planken (de mate van slijtage) geeft aan dat het schip niet erg oud geweest kan zijn toen het uitbrandde in of in de buurt van de haven van Tiel. Bij dit laatste komt het jaar 1006 waarin volgens historische bronnen Tiel werd verwoest door de Noormannen wel heel dicht in de buurt.

Voor vergelijking van het scheepstype komen met name in aanmerking het Skuldelev I wrak (Viking Museum in Roskilde, Denemarken), gebouwd tussen 1000 en 1050 n. Chr. en een wrak dat is gevonden bij Haithabu in Sleeswijk-Holstein (Museum Haithabu, Schleswig), dat rond 1025 gebouwd is. Het eerste vrachtschip had een lengte van ongeveer 16.5 m en een breedte van bijna 5 m. Het schip uit Haithabu was vermoedelijk 22 m lang en had een grootste breedte van ruim 6 m. Over de lengte van het "Tielse" schip valt niet veel te zeggen, maar deze zal ergens tussen de 15 en 22 m geweest zijn. De in Tiel gevonden V-vormige wrang heeft op doorsnede afmetingen die groter zijn dan de vergelijkbare wrangen uit de schepen van Skuldelev en Haithabu. De Engelse herkomst zou hiervoor een verklaring kunnen zijn. Naast de historische gegevens over de belangrijkste oost-west handelsroute tussen het Duitse Rijnland en Engeland en archeologische vondsten van handelsgoederen (met name keramiek uit het Rijnland) die daar op wijzen, is het scheepshout van het Engelse Noormannenschip van zeer groot belang. Samen met de eerder genoemde Engelse munt vormen de houtresten de eerste materiële bewijzen voor de handelscontacten tussen Tiel en Engeland.


This document was kindly provided by the R.O.B.